Menu Sluiten

Theater “DE MANNEN VAN BOVEN”

Een theaterstuk in de Hervormde kerk, in de volksmond ook vaak ‘de witte kerk’ genoemd.
Het begon allemaal meer dan een jaar geleden. De stichting Groninger kerken bestaat 50 jaar en wil in tien kerken een theaterstuk op voeren. Hier worden tien kerken voor uitgekozen waarvan het orgel goed bespeelbaar is. Ook Visvliet werd benaderd om mee te doen en natuurlijk is Visvliet bereid om hier aan deel te nemen.

Door de stichting Pantemon, die de hele operatie gaat verzorgen, worden diverse schrijvers en regisseurs benaderd om voor elke kerk apart een stuk te schrijven. Voor Visvliet is Ben Smit de schrijver en regisseur. Begin 2018 wordt er een bespreking georganiseerd in het Bartoleshûs. Hier komt een redelijk grote groep geïnteresseerden op af. Ook de fanfare “ons ideaal” is van de partij. Uit ons dorp willen zo ongeveer vijftien mensen meedoen. Voor Ben de grote uitdaging om daar een stuk voor te schrijven.

Met dorpsgenoten Hillebrand Kempenaar en Theun de Wit wordt besproken waar het stuk over zou moeten gaan. Welke prominente inwoners heeft Visvliet gekend. Natuurlijk is een van de eerste namen die dan naar boven komt, Eise Eisinga. Daarnaast denken we ook na over andere persoonlijkheden van vroeger en nu. Zo wordt ook Wubbo Ockels genoemd, prominent inwoner van Pieterzijl. De titel was snel beklonken “De Mannen van Boven”. De rest laten we over aan de schrijver, Ben Smit. Voor Ben de zware taak om zich te verdiepen in ons dorp Visvliet. Alle facetten van vroeger en nu passeren de revue.

Vrijdagavond was de eerste voorstelling. Mensen kwamen in groten getale naar de kerk. Vanuit Thesinge (in dit dorp heeft Ben Smit ook het schrijven en de regie van het toneelstuk op zich genomen) kwamen ze met een bus vol gasten.

Hoewel, omdat alle avonden waren uitverkocht, is er besloten om ook bij de generale repetitie al gasten toe te laten. Op zaterdagavond waren het vooral de dorpsgenoten die aanwezig waren en op zondagavond waren er naast dorpsgenoten ook veel bezoekers uit de omringende dorpen. Nog even een peptalk en dan…….

De Mannen van Boven Wubbo Ockels en Eise Eisinga komen elkaar boven tegen. Samen nemen ze het besluit om de wereld te redden, in elk geval proberen te redden wat er te redden valt.

Tijdens hun eerst uitleg komt een mevrouw binnen “de heks van de Bibliotheek”.  Ze zet een mysterieus kastje neer, volgens Eise een soort magische doos. Voor Wubbo niet meer dan een kastje. Om dit te bewijzen drukt Wubbo op de knoppen van het kastje. In eerst instantie gebeurt er niets, maar nadat de oude vrouw haar lach heeft laten horen, krijgen we een oorverdovend lawaai.

De Schieringers en Vetkopers komen met veel bravoure binnen. Zij hebben hier in Visvliet aardig huisgehouden. Een dorpsnoot vertelde ooit dat ze al plunderend en vernielend door ons dorp trokken.  Zo wordt het ook uitgelegd door de verteller.

Nadat de Schieringers en Vetkopers weer zijn vertrokken, omdat de oorlog is afgelopen, komen de lekenbroeders tevoorschijn. Zij zijn een soort monniken maar eigenlijk ook net niet. Ze worden door hun vrouwen opgehaald. Daarna is het podium weer voor Eise en Wubbo, die zich toch wel ernstig afvragen of dat allemaal door dat kastje kwam. Toch is er voor Eise en Wubbo ruimte om het publiek bekend te maken met wat zij zoal hebben gedaan. Zo wordt er gesproken over Nuna (de elektrische auto). Ook wordt de doos van Pandora even aangehaald. Vervolgens is er weer het kastje wat actief wordt en komt er een dominee binnen. Dominee Elco Alta, die in de tijd van Eise verkondigde dat de vijf planeten zouden botsen en hierdoor de aarde zou worden aangetrokken en verbranden in een poel des vuurs. De dominee verkondigt dit vanaf de preekstoel.

Eise is het niet met die uitspraak eens. Het is toentertijd voor hem de reden geweest om het planetarium te bouwen. Vanaf dat moment passeren er allerlei figuren uit de vroegere tijd. De Grietman die op haar / zijn manier recht sprak. De veilingmeester die het Grietmanshuis verkocht.

Ook meester Johannes Luderus, die zich voordeed als onderwijzer maar dit niet was en vervolgens in een gevecht terecht kwam met de andere onderwijzer van ons dorp.

Die onderwijzer vertelt ons ook dat de school zich voor in de kerk bevond. Tijdens hun gevecht worden de meesters opgehaald door de oude vrouw en het jonge meisje. Dit is voor Eise en Wubbo een teken dat zij met dit alles veel te maken hebben. Daarna komen er nog een aantal mensen voorbij, mensen die iets hebben met het dorp Visvliet. Zo ook Bob den Uyl die ten zeerste protesteert tegen het verlies van het station.

Cornelis Kruk komt ook voorbij. Hij was voorstander van het Oranjehuis in de tijd van de patriotten en begint Oranje boven te zingen. Hierna vervallen Eise en Wubbo in een tijdloop, waarbij iedereen nog een keer langs komt in complete chaos. Er is daarbij ook een kakofonie aan muziek; er is geen touw aan vast te knopen. Om de rust weer terug te krijgen blijkt dat er terug moet worden gegrepen op het kastje. Rust, eindelijk rust voor Eise en Wubbo. De tijd stond toen nog even stil op 1792, de tijd dat Eise Trijntje Sikkema ontmoette. Zijn tweede vrouw, zij kwam uit Visvliet.

Daarna komen ook de oude vrouw en het jonge meisje binnen. Zij geven uitleg aan het geheel. We kunnen de tijd niet stilzetten. We kunnen de dingen wel willen veranderen, maar dat kan alleen door de dingen samen te doen. Zo blijkt ook nu weer: de spelers en de muziek, geen tegenstelling, geen botsing maar naast elkaar, samen.
Voor Wubbo de gelegenheid om zijn tien geboden nog even te noemen, waarna door alle spelers “Vluchten kan niet meer” werd gezongen. Hierna kon het applaus in ontvangst worden genomen.

Uiteraard was er voor de spelers en muzikanten ruim de gelegenheid om nog even met de bezoekers na te praten.
De stemming onder de bezoekers was goed, zeer goed zelfs. Het publiek was enthousiast. Zeker iets om over na te denken, misschien kunnen we in de toekomst weer eens iets dergelijks doen.

Tekst en Regie: Ben Smit

Spel en Zang: Freddy Djurrema (Eise Eisinga), Theun de Wit (Wubbo Ockels), Agda v.d. Vlis (Oude vrouw), Renske Bosscha (Jonge meisje), Wieke Bosscha-Meijer, Anita Bos, Jan Hut (dominee Elco Alta), Jannie Hilberts (Grietman en Trijntje), Nynke Gardenier, Albert Jan Bosboom (Cornelis Kruk), Joachem Boog (Meester Luderus), Diederik Stiksma (Meester), Jaap Dijkstra (lekenbroeder), Theo Hut (lekenbroeder), Rense Boersema, Tineke Gutman, Welmoed Sikkema, Dorothé Boog, Gerrit Frik, Janny Kiers en Willem de Jong (Omroeper).

Organist: Eeuwe Zijlstra

Gitaar: Joachem Boog en Diederik Stiksma

Fanfare orkest: ‘Ons Ideaal’, Grijpskerk o.l.v. Marten Postmus

Techniek: Jelle Bosmans

Kostuums: Kledingverhuur Eringa Opende

Productionele ondersteuning: Hillebrand Kempenaar, Ursula Appolt, Sieta de Wit en Iris van Dijk